0 Vergelijken
  • Persoonlijk advies op werkdagen van 8:30 tot 17:00
  • Door klanten beoordeeld met een 8.9
  • Gratis verzending vanaf € 65 (excl. btw)
Alles over nietmachines en nietjes
06 feb 2020

Alles over nietmachines en nietjes

Behalve de alom bekende nietmachine die we allemaal op ons bureau hebben staan, bestaan er nog allerlei speciale nietmachines voor speciale toepassingen. In deze blog lees je alles wat je nog niet wist over nietmachines én over nietjes. 

Nietjes, wie kan er zonder?

Op een sterveling na is er waarschijnlijk niemand die geen nietmachine heeft. De nietmachine is dan ook een klassieker onder de kantoorartikelen. Eentje die blijft, daar zijn wij van overtuigd. Ook al wordt er anno nu een stuk minder geniet dan in het begin van deze eeuw. Nietjes zijn en blijven gewoon superhandig om een paar of een heleboel vellen papier aan elkaar te hechten.

Behalve de alom bekende nietmachine, die we allemaal op ons bureau hebben staan, zijn er speciale nietmachines voor speciale toepassingen. Alle reden om in deze blog eens stil te staan bij de verschillende soorten nietmachines en hun capaciteiten. Maar laten we beginnen met wat handige info's over nietjes:

 

Nietjes in alle maten

Nietjes kun je bestellen in talloze maten.
Handig om te weten, is dat de maat van een nietje altijd wordt uitgedrukt in 2 getallen, bijvoorbeeld 24/6 (dit is meteen het meest gebruikte nietje ter wereld).

Het eerste getal zegt iets over de draadsterkte; hoe hoger dit getal, hoe sterker het nietje, logisch.
Het tweede getal is de lengte van de pootjes van het nietje. Hoe langer het pootje, hoe meer vellen papier je met 1 nietje aan elkaar kunt hechten.

Bedenk bij de pootlengte, dat je hier altijd 4 mm vanaf moet trekken; dit is namelijk de lengte die het nietje nodig heeft voor de zogenaamde omslag. Verder kun je ervan uitgaan dat je voor elke tien vellen papier 1 mm pootlengte van het nietje nodig hebt.

Een rekenvoorbeeld: je wilt 60 vel papier aan elkaar nieten. Daarvoor heb je dus 6 mm pootlengte nodig. Tel daarbij op de 4 mm voor de omslag = een nietje met een pootlengte van 10 mm. Simpel toch?

 

Materiaal nietjes

Nietjes zijn verkrijgbaar in de volgende materialen:

  • staal of RVS (roestvrijstaal); dit zijn de beste nietjes die je maar kunt bedenken, ze roesten en breken gegarandeerd niet.
  • verzinkt; dit zijn de goedkoopste nietjes die je kunt krijgen. Nadeel: ze breken makkelijk en op termijn kunnen ze gaan roesten.
  • koper; deze nietjes zijn wat ‘taaier’ dan verzinkte, ze gaan zeker niet roesten en zijn dan ook iets duurder in aanschaf dan verzinkte nietjes.  

 

Soorten nietmachines

De stapler of traditionele nietmachine

Met de traditionele huis-tuin-keuken-en-kantoor nietmachine niet je moeiteloos een klein stapeltje papier aan elkaar: van 2 A4tjes tot maximaal 30 vel. Is je pakketje dikker dan dat, dan heb je een blokhechter of een langarmhechter nodig.

 

Blokhechters

Met een blokhechter niet je dankzij de langere hefboom grote stapels papier zonder problemen aan elkaar. De maximale capaciteit van een blokhechter bedraagt 210 vel papier (ter illustratie: dit komt overeen met een half pak printpapier). Voor dit soort grote hoeveelheden doe je jezelf een enorm plezier als je voor een elektronisch bediende blokhechter kiest.

Langarmhechters

Je wilt bijvoorbeeld twee of meer A3tjes in het midden op 2 plekken nieten, zodat je er een boekje van kan maken. Voor het nieten van grote vellen papier op een relatief moeilijk bereikbare plek heb je een nietmachine met een extra lange arm nodig. Deze machines heten langarmhechters (dan weet je de eerstvolgende keer dat je zo’n machine wilt bestellen, op welke naam je moet zoeken; om het makkelijk te maken, ze worden ook wel aktehechter genoemd). 

Niettangen

En dan bestaat er nog de niettang, waarmee je lekker los uit de hand kleinere of grotere pakken papier aan elkaar kunt nieten. De maximale capaciteit van de grotere niettangen is 60 vel. De niettang is vooral handig als je moet kunnen nieten zonder dat je ergens op een bureau, een tafel of een ander vast werkblad kunt steunen.

 

Tot slot: een stukje geschiedenis

Het patent op de allereeste nietmachine werd in 1841 aangevraagd door de Amerikaan Samuel Slocum. Hij noemde het apparaat ‘machine for sticking pins into paper’. Doordat hij het patent voor zijn uitvinding aanvroeg, ging hij ook de geschiedenis in als de eerste uitvinder van iets dat op een nietmachine lijkt.

Slocum’s manier van nieten was niet alleen erg zwaar, het apparaat kon ook maar weinig papieren aan elkaar hechten en na iedere actie moest er een nieuw nietje in de machine worden gestopt. Daarom bedacht George W. McGill de ‘Single Stroke Staple Press’, die bekend werd als de stapler. Zijn machine bestond uit een deel dat gaatjes in het papier maakte en een deel dat vervolgens een T-vormig nietje met een hamer in het papier sloeg. Nog steeds niet de ideale uitvinding, want het apparaat was sloom en moest ook na iedere actie opnieuw worden geladen.

Charles Gould was de eerste die een nietje uitvond dat lijkt op het nietje dat wij tegenwoordig gebruiken. Hij ontwierp een machine die een stukje ijzerdraad afknipte, omvouwde tot het de vorm had van een U en in het papier drukte. Maar nog steeds kon dit apparaat steeds maar een nietje per keer aan.

64 Jaar later, in 1905, was het eindelijk zover: de eerste nietmachines die gevuld konden worden met meer nietjes kwamen op de markt. En die nietmachine veroverde al snel een plekje op kantoor. De machines werden in de jaren daarna steeds kleiner en compacter en dus gebruiksvriendelijker. Sinds 1930 is er weinig meer veranderd aan het ontwerp van de nietmachine en kan hij vandaag de dag met recht een klassieker worden genoemd.